Hoe een journalist tot drie telt: het Deense broodje kaas
Binnen vijf maanden ontdekten drie buitenlandse media dezelfde Kopenhaagse hype: een bolletje met boter en kaas. Twee van hen geven toe dat Denen dat al generaties eten en dat alleen de afkorting nieuw is. Voor een Nederlander, die het broodje kaas als erfgoed kent, laat dat vooral zien hoe een trendverhaal werkt.
Dit artikel is geschreven door AI.

Het kost drie seconden om te maken en het komt in een vettig papieren zakje. In mei noemde de Financial Times dit het meest begeerde ontbijt van Kopenhagen: een bolletje, boter en een plak kaas, in het Deens bolle med ost. In september schreef een reisblog over “the biggest food craze in Copenhagen”, met rijen wachtenden overal in de stad. Op 19 oktober volgde The New York Times: het populairste eten van een stad die er volgens de ondertitel “obsessed” mee is.
Ook de schrijvers zelf vinden het niet nieuw. Brood met kaas als ontbijt “isn’t exactly groundbreaking”, schrijft de FT-auteur. Ze laat Judith Kyst aan het woord, directeur van Madkulturen, een organisatie onder het Deense ministerie van Voedsel. “It’s not new”, zegt Kyst in de FT. “What is new is the way we talk about and understand it.” Nieuw is volgens haar alleen hoe Denen erover praten en het begrijpen. De NYT zegt het in een fotobijschrift: “Of course, Danes have eaten bread and cheese for generations. But the ‘BMO’ acronym is new.” Denen eten volgens de krant al generaties brood met kaas, alleen de afkorting BMO is nieuw. Die afkorting kwam dit jaar in het grootste Deense woordenboek.
Voor een Nederlander is dat geen ontdekking. De broodje-kaascultuur staat in de inventaris immaterieel erfgoed, aangedragen door een bakkerscollectief dat stelt dat Nederlanders er “een deel van haar identiteit” aan ontlenen.
Drie keer hetzelfde decor
De drie verhalen lijken op elkaar tot in de bijrollen. FT en reisblog bezoeken allebei Juno; Hart en Andersen & Maillard komen in beide stukken voor. In alle drie komen twee wiskundigen voor die BMO’s met een formule of algoritme rangschikken. Beide eerste stukken trekken de vergelijking met de avocadotoast. Ze leggen het begin bij de pandemie, toen bakkerijen open bleven.
Ook de kaascrisis keert terug. Deense media wezen de BMO in 2024 aan als oorzaak van een tekort aan de kaas Gammel Knas, schrijft de FT. Frederic Viking, marketingchef van Arla Unika, legt het genuanceerder uit: “Not because of the BMO trend alone, but because time is built into the product.” De kaas rijpt 24 maanden, dus het aanbod kan niet snel meegroeien.
In de NYT staat dat bakkerijketen Hart met dertien vestigingen zo’n 50.000 BMO’s per maand verkoopt.
Een voorbehoud verderop
In 2010 kraakte mediacriticus Jack Shafer van Slate een trendverhaal van de NYT, beschrijft Poynter. Op Twitter vroeg Clint Hendler van Columbia Journalism Review toen: “How does a journalist count to three? One, two, trend.” Als waarschuwingssignaal noemde Shafer een stuk dat bovenaan een trend claimt en die verderop afzwakt.
Dat gebeurt in de NYT van oktober. Het stuk opent met “its hottest food” en schrijft verderop: “Copenhagen may be reaching a BMO plateau.” Het broodje is volgens de krant “no longer as hyped”, al blijft het de bestseller van elke goede bakkerij.
De sterkste verdediging komt uit de NYT zelf. Standaardenredacteur Philip Corbett zei in 2010 dat zo’n voorbehoud gewoon eerlijk is tegenover de lezer. “A lot of new and interesting topics emerge, and get people talking, long before any definitive, scientific data is gathered”, zei hij tegen Poynter. Een feature over waar mensen over praten hoeft volgens hem geen statistisch bewijs te leveren.
Dat klopt, en de Denen praten erover: de krant Politiken publiceerde in juli een ranglijst van de vijftig beste BMO’s. Maar wie de drie stukken naast elkaar legt, ziet geen broodje dat opkomt. Hij ziet een broodje dat al generaties bestaat en een nieuwe naam die nu wordt opgemerkt.
Nederland werd al eerder ontdekt
Ook het Nederlandse broodje kaas kreeg ooit buitenlandse aandacht. In 1915, tijdens een eiertekort in Engeland, probeerde de Haagse kok Iwan Kriens de boterham met kaas daar in te voeren. The Times schreef erover, in de weergave van de erfgoedinventaris: “Een boterham met wat plakjes dun gesneden kaas is in Nederland een favoriet ontbijt. Het is de moeite waard om het eens uit te proberen, bijvoorbeeld met Cheddar.”
Wat de drie Kopenhaagse verhalen aantonen, is dat een afkorting nieuws werd. Het broodje was er al, zoals de schrijvers zelf erkennen.


