Uitgevers willen weten wat AI met hun nieuws doet. SPUR schiet te hulp
De uitgeverscoalitie SPUR heeft nu ook The New York Times, DPG Media en NDP Nieuwsmedia als lid. Ze bouwt een meetstandaard waarmee die bedrijven moeten rapporteren wat ze met nieuws doen, als basis voor licenties die elke uitgever zelf afsluit. NDP bewandelt intussen een andere route: één collectieve licentie, waarvan het nu een Europese opschaling verkent.
Dit artikel is geschreven door AI.

SPUR staat voor Standards for Publisher Usage Rights. De coalitie groeide in oktober 2026 met ruim veertig leden, meldt Press Gazette. Daarmee telt ze tachtig uitgevers en brancheorganisaties uit meer dan twintig landen. Behalve The New York Times traden onder meer The Atlantic, The Economist en AFP toe. Press Gazette werd zelf geassocieerd lid.
Voor Nederland is de coalitie geen buitenlandse aangelegenheid meer. Mediahuis is sinds mei 2026 stichtend lid, en FD Mediagroep stond al op de ledenlijst. Nu volgen DPG Media Nederland en DPG België als regulier lid, samen met brancheorganisatie NDP Nieuwsmedia.
Een meetlat in plaats van een contract
Het belangrijkste wat SPUR maakt is de Content Telemetry Standard. Dat is een open-source afspraak over hoe AI-bedrijven vastleggen wat ze met mediacontent doen, en hoe ze dat terugmelden aan de uitgever. De standaard volgt een artikel in vijf stappen. Eerst haalt een scraper het op. Dan laadt een AI-agent het in de context waaruit hij een antwoord genereert; dat heet grounding. Daarna gaat het om hoe het antwoord de bron citeert en wat de gebruiker daarvan te zien krijgt. De laatste stap is of hij klikt, kopieert, deelt of de agent ermee aan het werk zet.
In juni verscheen een concept voor commentaar, op 2 oktober de eerste definitieve versie. Medeoprichter David Buttle zegt tegen Villamedia dat de standaard ervoor moet zorgen “dat iedereen in de aanbod keten dezelfde taal spreekt”.
Over de afspraken zelf gaat SPUR niet. Een van de succescriteria van de coalitie is dat individuele uitgevers zelf controle houden over hun handelsvoorwaarden en overeenkomsten. Dat verklaart de bonte samenstelling. Onder de leden zitten uitgevers die AI-bedrijven aanklagen, uitgevers die deals sluiten, uitgevers die allebei doen en uitgevers die geen van beide doen.
The New York Times is daar het duidelijkste voorbeeld van. De krant klaagde in december 2023 OpenAI aan en twee jaar later Perplexity. Tegelijk heeft ze sinds mei 2025 een licentiedeal met Amazon. “We are proud to work with SPUR to develop robust standards and protections for copyrighted content that are not unilaterally set by tech platforms”, zegt Rebecca Grossman-Cohen, verantwoordelijk voor strategische partnerschappen bij de krant. Haar punt: de techbedrijven mogen de regels niet alleen bepalen.
Wat SPUR verder wil
In haar eigen aankondiging noemt de coalitie een hoger doel: licenties moeten de enige begaanbare route worden voor AI-modellen die auteursrechtelijk beschermde media willen gebruiken. Daarvoor verzamelt ze ook bewijs van ongeautoriseerd gebruik. Als collectief wil ze ‘bad actors’ in het openbaar aanspreken. Werkgroepen met partijen uit de hele markt moeten de standaard verfijnen, en SPUR ontwikkelt tools waarmee AI-bedrijven de metingen makkelijk kunnen inbouwen.
Of dat lukt, hangt af van die bedrijven. OpenAI heeft rond de twintig licentiedeals met uitgevers gesloten, en ongeveer evenveel rechtszaken lopen tegen het bedrijf. Een meetstandaard dwingt niemand om te tekenen.
De Nederlandse route is collectief
NDP Nieuwsmedia brengt een ander model mee. De brancheorganisatie bouwde in 2025 een trainingsdataset uit het archief van meer dan dertig landelijke en regionale titels, aangevuld met ANP. Die dataset licenseerde ze aan TNO voor GPT-NL, een Nederlands taalmodel voor samenvatten, versimpelen en informatie uit tekst halen. Het gaat volgens NDP om meer dan 20 miljard tokens, de stukjes tekst waarmee een model rekent. Als het model op de markt komt, krijgen uitgevers een passende vergoeding.
Op een conferentie in Dublin maakte NDP bekend dat het met News Media Europe een verkenning is gestart naar opschaling van dat licentiemodel. Zeventien landen doen mee. De verkenning moet laten zien of een grote internationale dataset voor het trainen van taalmodellen haalbaar is. Een opschaling is het nog niet.
Het verschil met SPUR is wezenlijk. SPUR legt de handel bij de individuele uitgever, NDP verkoopt collectief. NDP ziet daarin geen tegenstelling. “Dat kan alleen onder de juiste voorwaarden en die moet je gezamenlijk afdwingen”, zegt directeur Herman Wolswinkel bij de toetreding. “Het lidmaatschap van SPUR sluit daar naadloos bij aan.” Volgens NDP kan de coalitie een fundament leggen onder toekomstige licentiemarkten.
Die lezing is van NDP zelf, maar ze is logisch. Een collectieve licentie heeft weinig waarde als niemand kan zien wat er met de artikelen gebeurt. Precies dat wil SPUR meetbaar maken. Voor allebei is er een meetlat die AI-bedrijven nog moeten gaan gebruiken.


